Virtualiseren in Avans

print

Hoe activeer je studenten met ICT? Zó doe je dat!

De vragen die in mij opkomen: Waarom hoor en lees ik zoveel lovende reacties? En waarom vind ik het zelf ook meteen zo’n goed initiatief? Maar ook wel: Welke kanttekeningen kun je erbij plaatsen? Zijn dit eigenlijk wel MOOC's? Ik lees in het artikel een reactie van de docent Martin Vonk over ‘een ander systeem dan het hogeschoolsysteem’. Deze reactie begrijp ik niet helemaal. Dit initiatief pas heel goed in het ‘huidige systeem’ binnen de huidige kaders. Het gaat juist over een didactiek die uitstekend past bij de visie van Avans Hogeschool. Een didactiek die misschien nog niet zoveel wordt toegepast.

Vanuit het Leer- en Innovatiecentrum (LIC) mag ik meerdere trainingen verzorgen, waaronder de training ‘Digitale Didactiek’. In de inleiding van die training geef ik aan dat de meest gehanteerde didactiek in hogeschoolland het presenteren van een PowerPoint is. Althans, die stellige mening ben ik toegedaan. Het lijkt haast wel of PowerPoint een heilige status heeft gekregen. Het digitale schoolbord mag figureren als beamer en Blackboard als opslagplek. Ik verifieer altijd of mijn beeld klopt. Het wordt vaker beaamd dan tegen gesproken.


Het verhaal bij het plaatje luidt ongeveer als volgt:
“Ooit dachten we dat een leerling een leeg vat was dat je vol kon gieten met kennis. Of een tabula rasa, een onbeschreven blad zoals Aristoteles er al meer dan 2300 jaar geleden over sprak. Inmiddels weten we wel beter. Al decennia lang weten we dat dit niet de meest effectieve leermethode is. Toch blijven we deze achterhaalde didactiek hardnekkig trouw. Vroeger deden we dat zonder ICT. Nu kan dat mét ICT. Het analoge middel heeft plaatsgemaakt voor het digitale middel, maar de student kijkt in veel gevallen nog steeds passief en lijdzaam toe hoe de docent alles bepaalt: de inhoud, de methodiek, het tempo, het niveau en de toetsvorm.” De boodschap is uiteindelijk dat niet het middel het verschil maakt, maar de manier waarop je het inzet.

Docenten reageren vaak met een besmuikte lach van herkenning. Soms verontwaardigd. Ga je ons nu vertellen dat we het al die jaren verkeerd hebben gedaan?! Die conclusie zou je inderdaad kunnen trekken, maar dat is helemaal niet waar ik op uit ben. Het is niet mijn bedoeling om iemand ergens van te beschuldigen. Er zal wel een verklaring zijn voor de constatering dat we zo hardnekkig vast blijven houden aan een verouderde didactiek. Dat is geen schande. Het zal ongetwijfeld iets te maken hebben met ons eigen referentiekader. We geven les zoals we dat vroeger zelf hebben genoten. En dat was toch goed? We zijn toch goed terecht gekomen? Of was het misschien toch niet zo goed? Het valt helemaal niet mee om met een andere bril naar het onderwijs te kijken en dan ook nog door een digitale bril.

Maar als de klassieke methode inderdaad niet zo effectief blijkt te zijn. Hoe moet het dan wel? Intuïtief voelen veel docenten ook wel aan dat de schoen al een tijdje wringt. De meest gestelde vraag is niet voor niets hoe je studenten weer actief en gemotiveerd kunt krijgen. In de training verwijs ik naar de visie van Avans op didactiek. Die is veel concreter dan veel docenten in eerste instantie vermoeden. Of op z’n minst richtinggevend. De tekst luidt als volgt:

“Wij kiezen voor gevarieerde, geïntegreerde, uitdagende en activerende werkvormen die een appèl doen op een onderzoekende, ondernemende en creatieve houding van de student. De aanpak houdt rekening met verschillen in leerstijl en leerstrategie. Avans Hogeschool stimuleert een diepe leerbenadering. In die leerbenadering gaat het om het werkelijk begrijpen en doorgronden van de betekenis van informatie. Bij de keuze van werkvormen wordt optimaal gebruik gemaakt van de fysieke en elektronische elementen van de leeromgeving.”

Het voorbeeld van Martin Vonk en consorten sluit naar mijn idee naadloos aan bij deze visie. De opdracht om een MOOC te ontwikkelen is een uitdagende en activerende werkvorm. Het doet een appèl op een onderzoekende, ondernemende en creatieve houding van de student. De opdracht is open en houdt in die zin rekening met individuele verschillen tussen studenten. Er wordt optimaal gebruik gemaakt van de fysieke en elektronische elementen van de leeromgeving.

Het meest aansprekende én inspirerende aan dit voorbeeld vind ik dat ICT niet wordt ingezet als verlengstuk van de docent die instructie geeft, maar als leermiddel voor de student die een uitdagende opdracht uitvoert. Daar zit de grote winst. Het is een cruciale beweging van sturing naar zelfsturing. Niet de docent, maar de student is hier aan zet. Hij bepaalt de inhoud, het tempo, het niveau en de methode. En misschien ook wel de toetsvorm. Veel docenten vinden dit lastig en zijn in eerste instantie geneigd om bij de keuze van ICT te denken vanuit hun klassieke rol. Bovenstaand voorbeeld geeft aan dat het ook anders kan.  Als docent heb je de keuze. Je kunt ICT inzetten als presentatiemiddel om kennis over te dragen of als leermiddel om gezamenlijk kennis te construeren.

Nog even terug naar de visie van Avans Hogeschool op didactiek. Er staat tussen de regels door nog iets geschreven over een diepe leerbenadering. Je zou er haast overheen lezen, maar blijkbaar is er ook een oppervlakkige leerbenadering. Om een klein beetje te snappen wat een diepe leerbenadering is, maak ik in de training Digitale Didactiek onderscheid in twee vormen van leren. Allereerst een vorm van leren gericht op het onthouden en begrijpen van kennis. Onder tijds- en toetsdruk komen we vaak niet verder dan dit niveau. We geven instructie en laten studenten oefenen. En aan het einde van de rit mogen ze de kennis reproduceren.

Een andere vorm van leren is gericht op het integreren en toepassen van kennis. Dat kost in de regel meer tijd, maar is wel diepgaander. Het gaat om het daadwerkelijk kunnen toepassen van de opgedane kennis in nieuwe situaties. Het is een ander niveau van leren waarbij de student zelf met de leerstof aan de slag moet gaan. Iets leren gaat niet vanzelf. Het kost moeite. Uit onderzoek weten we ook dat het zelf doen of uitleggen aan iemand een hoger leerrendement oplevert. Het is een actieve werkvorm in tegenstelling tot de passieve werkvorm waarbij vooral de docent actief is.

Mijn conclusie kan niet anders zijn dat de uitdagende opdracht voor studenten om een MOOC te maken ook nog eens een diepe leerbenadering stimuleert. En dat het om die reden des te beter aansluit bij de visie van Avans op onderwijs en leren. Daarvoor hoef je het systeem niet aan te passen. Je doet het gewoon zoals Martin en zijn collega’s binnen de kaders die er zijn. Dat hoeft overigens geen MOOC te zijn. Er zijn binnen Avans nog veel meer goede praktijkvoorbeelden. Waarover later weer meer…

N.B.
Momenteel wordt hard gewerkt aan een nieuwe visie op onderwijs en leren. Ik hoop van harte dat bovenstaande alinea over didactiek blijft staan.

Laatst bijgewerkt op 27 januari 2015.